De wielerhelden van de Rabobankploeg

De Nederlandse Rabobank wielerploeg heeft in de loop der jaren de nodige wielerhelden in zijn gelederen gehad. Wat te denken van bijvoorbeeld Michael Boogerd en Erik Dekker, die medio jaren '90 de eer van het Nederlandse wielrennen hoog hielden. Daarnaast hebben grote renners als Robbie McEwen en Denis Menchov voor de ploeg gereden. Tegenwoordig rijden de grootste talenten van de Nederlandse wielersport (zoals Robert Gesink, Bauke Mollema, Lars Boom en Theo Bos) voor de bankiersformatie.

Erik Dekker

In zijn eerste rondgangen door Frankrijk kon Erik Dekker bepaald geen potten breken. Goede renner, harde werker, leuke vent voor de camera, maar geen enkele ereplaats. Een renner voor de bus met soms een uitschieter in de tijdrit, zoals zijn opmerkelijke vijfde plaats bij de slottijdrit van de Tour' 97. Lees verder...

Djamolidine Abdoujaparov

Het schijnt dat de letterlijke betekenis van zijn voornaam 'mooi gezicht' luidt. De werkelijkheid is anders, maar toch. De kop (want dat is het) van Djamolidine Abdoujaparov is langgerekt, er staan kolen van ogen in en hij heeft een gebit in zijn kin staan waar je blikjes mee kunt openen. Lees verder...

Joachim Agostinho

Dertien maal de Tour gereden, altijd bescheiden gebleven, vier etappes gewonnen, wel eens een beetje (hoewel, een beetje?) uit de pot van de verboden middelen gesnoept, maar wel altijd een heer. Hij was soldaat geweest in Afrika en had mensen neergeschoten; dat was de roem die Joachim Agostinho vooruitsnelde toen hij naar de Tour kwam. Interviews met de Portugees waren juweeltjes. Lees verder...

Raoul Alcala-Gallegos

De enige renner die op de rampendag dat de PDM-ploeg de Tour de France in 1991 verliet nog wel wilde doorrijden, was Raoul Alcala (zijn tweede achternaam werd nooit gebruikt in het peloton). De Mexicaan, die dezelfde Intralipidkuur ondergaan had als zijn acht ploeggenoten, had een dermate sterk gestel dat hij zich, in tegenstelling tot alle anderen, niet ziek, zwak en misselijk voelde. Erik Breukink grapte: 'Als je ook zag wat die at! Hoe scherper hoe beter, bij hem ging alles erin, wat eetbaar was nam hij, terwijl wij toch wel op moesten passen voor bepaalde dingen. Alcala nooit, die at alles.' Lees verder...