De Tour de France 2015 komt naar Nederland

De Tour de France 2015 kent een uitgebalanceerd parcours.

De organisatie hoopt op deze manier de voorspelbaarheid van de koers te verminderen. Tussen zaterdag 4 en zondag 26 juli gaat het in 21 etappes gaat het van Utrecht naar Parijs. Met maar liefst negen aankomsten bergop en weinig tijdritkilometers lijkt het parcours op maat gesneden van de pure klimmers. Tijdens de openingsweek zijn er enkele verraderlijke etappes.De Ronde van Frankrijk start voor de zesde maal in zijn historie in Nederland.

De start is in Utrecht en met Neeltje Jans de eerste Tourzondag een speciale finish krijgt midden de Oosterscheldekering in Zeeland.

De wind kan deze etappe voor waaiers zorgen. In België eindigt er een etappe op de Muur van Hoei, terwijl op de eerste dag

in Frankrijk het peloton over kasseien gestuurd wordt. Na een ploegentijdrit in Bretagne gaat het peloton na de rustdag verder in de Pyreneeen, waar er bergetappes zijn naar La Pierre-Saint-Martin, Cauterets en Plateau de Beille.

In de slotweek zijn er Alpenritten naar Pra Loup, La Toussuire en l' Alpe d'Huez.

Ploegleider Patrick Lefevere

De Belg Patrick Lefevere loopt al enkele jaren mee in het wielerwereldje. In de jaren negentig was hij voornamelijk in de voorjaarsklassiekers enorm succesvol met renners als Johan Museeuw, Franco Ballerini, Michele Bartoli en Paolo Bettini bij de grote Italiaanse wielerploeg Mapei. Tegenwoordig staat hij aan het roer bij het Belgische Quick Step van de Belgische veelwinnaar Tom Boonen. Dit seizoen won zijn goudhaantje zowel de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix als het Belgisch kampioenschap. In de grote ronden wil het echter nog niet zo goed lukken voor Lefevere.

Merckx en Molteni domineerden de zeventiger jaren

Eddy Merckx domineerde begin jaren ’70 met zijn Molteni wielerploeg de Europese wielerwegen. De Kannibaal – zoals de Belgische veelwinnaar genoemd werd – kon dankzij zijn bruine garde domineren in alle grote wielerwedstrijden. In het karakteristieke shirt van de Italiaanse worstenfabrikant won hij onder meer de Tour de France, de Giro d’Italia, Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije. Hoewel het team een Italiaanse sponsor had, bestond de kern van de ploeg grotendeels uit Belgen. Onder hen enkele van Merckx zijn trouwste helpers zoals Joseph Bruyère, Vic van Schil en Ward Huysmans. Molteni reed op fietsen van Colnago en in de laatste jaren racefietsen van Da Rosa. In 1976 hield de ploeg op te bestaan en ging Merckx met zijn knechten verder met FIAT als naamgever.

Wat brengt de rest van het wielerjaar 2012 ?

Voor liefhebbers van de wielersport zitten er nog een paar spannende sportmaanden aan te komen. De Tour de France zal ook dit jaar weer reuze spannend zijn. Titelfavoriet Cadel Evans mag het opnemen tegen onder meer Bradley Wiggins, die dit jaar al meerdere topkoersen won. En wat kan Neerlans hoop Robert Gesink, na zijn winst in de Ronde van Californië ? Na de Tour volgen de Olympische Spelen, waar men vooral spreekt over de wegwedstrijd die aankomt voor Buckingham Palace. In het najaar is er het WK Wielrennen in Limburg.

De wielerhelden van de Rabobankploeg

De Nederlandse Rabobank wielerploeg heeft in de loop der jaren de nodige wielerhelden in zijn gelederen gehad. Wat te denken van bijvoorbeeld Michael Boogerd en Erik Dekker, die medio jaren '90 de eer van het Nederlandse wielrennen hoog hielden. Daarnaast hebben grote renners als Robbie McEwen en Denis Menchov voor de ploeg gereden. Tegenwoordig rijden de grootste talenten van de Nederlandse wielersport (zoals Robert Gesink, Bauke Mollema, Lars Boom en Theo Bos) voor de bankiersformatie.

Erik Dekker

In zijn eerste rondgangen door Frankrijk kon Erik Dekker bepaald geen potten breken. Goede renner, harde werker, leuke vent voor de camera, maar geen enkele ereplaats. Een renner voor de bus met soms een uitschieter in de tijdrit, zoals zijn opmerkelijke vijfde plaats bij de slottijdrit van de Tour' 97. Lees verder...

Djamolidine Abdoujaparov

Het schijnt dat de letterlijke betekenis van zijn voornaam 'mooi gezicht' luidt. De werkelijkheid is anders, maar toch. De kop (want dat is het) van Djamolidine Abdoujaparov is langgerekt, er staan kolen van ogen in en hij heeft een gebit in zijn kin staan waar je blikjes mee kunt openen. Lees verder...

Joachim Agostinho

Dertien maal de Tour gereden, altijd bescheiden gebleven, vier etappes gewonnen, wel eens een beetje (hoewel, een beetje?) uit de pot van de verboden middelen gesnoept, maar wel altijd een heer. Hij was soldaat geweest in Afrika en had mensen neergeschoten; dat was de roem die Joachim Agostinho vooruitsnelde toen hij naar de Tour kwam. Interviews met de Portugees waren juweeltjes. Lees verder...

Raoul Alcala-Gallegos

De enige renner die op de rampendag dat de PDM-ploeg de Tour de France in 1991 verliet nog wel wilde doorrijden, was Raoul Alcala (zijn tweede achternaam werd nooit gebruikt in het peloton). De Mexicaan, die dezelfde Intralipidkuur ondergaan had als zijn acht ploeggenoten, had een dermate sterk gestel dat hij zich, in tegenstelling tot alle anderen, niet ziek, zwak en misselijk voelde. Erik Breukink grapte: 'Als je ook zag wat die at! Hoe scherper hoe beter, bij hem ging alles erin, wat eetbaar was nam hij, terwijl wij toch wel op moesten passen voor bepaalde dingen. Alcala nooit, die at alles.' Lees verder...

Rudi Altig

Hij moet een geweldige krachtpatser geweest zijn: breedgeschouderd en soms uitgerust met een vervaarlijke bebopkop. Rudi Altig was een trouwe vriend van de Tour, hoewel hij 'slechts' viermaal opstapte in de Tour, maar hij reed wel achttien dagen in het geel, won acht etappes, nam in 1962 de groene trui mee naar huis. Altig was in iedere koers een gevreesd renner. Hij reed ook succesvol in de Vuelta, waar hij in 1962 zowel dé gele als de groene trui won.

Lees verder...

Phil Anderson

De komst van de eerste Australiër in het Tour de France-peloton ging bepaald niet geruisloos. Als amateur had de Australiër al in Frankrijk gekoerst, en als prof reed hij voor de Franse Peugeot-ploeg. Hij had onmiskenbaar talent. Phil Anderson reed in zijn eerste vijf Tour-starts voortdurend bij de toptien. Na die eerste succesjaren kwam hij nooit meer in de buurt van de top. Sterker nog, toen de sleet op zijn spieren kwam, moest hij genoegen nemen met een plaats in de bus en eindigde hij vrij naamloos ergens in het midden van het klassement. Lees verder...

Jacques Anquetil

Ik zag hem alleen fietsen op de film. In de Cineac in de Reguliersbreestraat in Amsterdam. Alleen dat beeld al vervulde me van denderende nieuwsgierigheid. Die ietwat afwezige, mooie man. Dat James Dean-achtige haar dat altijd goed zat. Die glimlach: minzaam en zeker. Die houding van totale controle. Lees verder...

Lance Armstrong

Er zijn twee uitvoeringen van de renner Lance Armstrong: een van voor de kanker en een van erna. De eerste stapte viermaal in de Tour op en haalde Parijs maar één keer. Dat was in het voor zijn ploeg rampzalige jaar 1995, toen Fabio Casartelli dood achterbleef op de weg van de Tour de France en Armstrong met gestrekte armen en vingers naar de hemel wees in Limoges. In zijn eerste twee Tours moest hij halverwege afstappen omdat zijn begeleiders vonden dat je jonge, talentvolle renners in hun eerste twee rondes moest sparen.
Lees verder...

Féderico Bahamontes

Op 24 oktober 2002 stond ik voor het eerst vlakbij hem. Het was de presentatie van de honderdste Tour de France in Parijs en de organisatie had alle nog levende winnaars uitgenodigd. Op Roger Pingeon na waren ze er allemaal en ik stond samen met mijn goede collega Peter Ouwerkerk op drie meter afstand ván Féderico Bahamontes. Lees verder...

Steve Bauer

Nee, hij is niet de eerste Canadees die in La Grande Boude het geel om de schouders droeg. Alex Stieda (uit Vancouver), lid van de Seven-Elevenploeg, was hem in 1986 voor geweest na de etappe Nanterre-Sceaux; één dag in het geel. Lees verder...

Jean-François Bernard

Soms komt het voor dat een grootse prestatie van een renner wegvalt tegen een misschien wel mindere prestatie van een ander, maar daar is dan een reden voor. In het jaar dat Stephen Roche de Tour won (1987 dus) ontspon zich op de warme flanken van de Mont Ventoux een groots gevecht om de gele trui. Jean-François Bernard kaapte de dagprijs weg door een ongekend sterke tijdrit neer te zetten. Hij trok en passant ook nog de gele trui aan, maar was die een dag later weer kwijt. Aan Roche wel te verstaan, die alle aandacht voor zich opeiste. Een Ier die de Tour ging winnen, dat was nog eens wat. Een aantal dagen later won Bernard nog een tijdrit, weer met klasse, maar weer kreeg hij niet de drukinkt die hij verdiende; het duel Delgado- Roche was immers belangrijk. Lees verder...

Yevgeni Berzin

Yevgeni Berzin kwam als een komeet, kocht dure auto's en stortte zich in avonturen met vreemde figuren. Van zijn wielerloopbaan bleef na een paar jaar niets meer over dan een vale foto van een man die ooit voorbestemd leek groots te gaan winnen. Yevgeni Berzin kwam uit het hele verre Vyborg (net als Ekimovoverigens) en was een rebel op de fiets. Samen met boezemvriend Vladislav Bobrik 'vluchtte' hij ooit naar Los Angeles omdat de westerse cultuur hem meer aantrok dan het saaie leven in Leningrad. Lees verder...

Jeroen Blijlevens

Hij won zijn etappes steeds in de eerste week van de Tour en haalde twee van de vijfmaal dat hij startte Parijs. Jeroen Blijlevens was een spurter en meer niet. Toen hij trachtte meer allround te worden, werd zijn sprintvermogen minder en won hij niet meer. Maar sprinter is een volwassen beroep, al helemaal in de Tour. Lees verder...

Michael Boogerd

Er zijn twee etappes in de Tour de France die voor Michael Boogerd van groot belang zijn geweest voor zijn bestaan als renner. De eerste vond plaats in de Tour van 1999. Het is de etappe van Challans naar St. Nazaire. Boogerd is in die dagen naar een favorietenrol geschreven in de Nederlandse pers. Hij rijdt sterk, heeft uitstraling en dit wordt zijn jaar. In de proloog verliest hij weliswaar een minuut en twee seconden op winnaar Lance Armstrong, maar dat is niet erg; prologen rijden zal hij nooit goed onder de knie krijgen en dat weet hij. Lees verder...

Erik Breukink

Zijn beste drie dagen op rij had hij in de Tour van 1990. Van 12 tot en met 14 juli zag de internationale wielerwereld een vrijwel niet te kloppen Erik Breukink die zó goed reed dat insiders op dat moment heel voorzichtig de gedachte uit spraken dat de echte ronderenner voor de komende jaren hier opgestaan was. Holland zou weer een winnaar hebben, want Erik Breukink in deze vorm was onverslaanbaar. Lees verder...

Johnny Broers

Renners van zijn slag rijden vaak een eenzame Tour. Op een of andere manier voel ik me tot dit soort coureurs aangetrokken; veelal zijn het eenlingen, vreemden in een buitenlandse ploeg en vaak nog jong en onervaren. Lees verder...

Gianni Bugno

Hij kon alles, maar heel groot winnen in de Tour lukte hem net niet. Gianni Bugno werd wel eens tweede en derde, maar ook 62ste en 53ste. Hij won vier etappes (Limoges, tweemaal Alpe d'Huez en Bordeaux). Lees verder...

Claudio Chiappucci

Hij was mijn leraar Italiaans in de Tour en deed dat op een hele leuke manier. De eerste maal was in Lourdes. Het was een warme ochtend, Claudio Chiappucci zat in de achterklep van de Carrera-wagen en zag me komen: een van de heel vele journalisten die zich in rij bij hem kwamen melden. Ik gafhem een hand, sprak wat korte Italiaanse zinnen en installeerde me. Hij knikte: oké, ma rapido..

Lees verder...

Mario Cipollini

Het is geen grote liefde tussen de Tour en Mario Cipollini. Sterker nog, de roemruchte Italiaan, in 2002 zo ongeveer ongekroonde Keizer van het wielrennen, heeft zich vaak in krachtige termen uitgelaten over het Franse fietsfeest, helemaal toen hij en zijn ploeg niet toegelaten werden. De Tour had de Italiaanse spektakelrenner niet nodig en Cipollini, in alle nederigheid, zei dat ze daar in Frankrijk 'zijn edele delen konden kussen'. Lees verder...

Pedro Delgado

Als je de Tour de France hebt verloren met 40 seconden op winnaar Stephen Roche, dan kom je het volgend jaar (1988 in dit geval) natuurlijk geladen terug. Pedro Delgado deed dat, hoewel het woord geladen hier toevallig gebruikt is. Lees verder...

Gilbert Duclos- Lasalle

'Let op... brandgevaar!' riep mijn kompaan Jean Nelissen als Dudos- Lasalle dicht in de buurt liep. Het was vlak na zijn verbazingwekkende bijna-etappezege in de Pyreneeën. Natuurlijk kan een mens boven zichzelf uitstijgen en zelfs even engel worden of piloot of zweefvlieger, maar hier op een hoge Pyreneeëntop zomaar bijna een etappe winnen? Nooit. Lees verder...

Vlatcheslav Ekimov

Er was een tijd, ook in de Tour, dat we van een 'Ekimovje' spraken, zoals we het bij het voetbal over een 'Frank de Boertje' hadden. Dat laatste is een schijnbaar onbeduidend maar wel knullig en eigenlijk ook wel een opvallend foutje in een wedstrijd, de eerste is een poging tot winst in de laatste anderhalve kilometer van een wielerwedstrijd. In zijn grote dagen reed Ekimov het totale peloton aan flarden als hij op 1437 meter voor de finish gas gaf. Sprinters vervloekten hem, er viel altijd wel ergens een breuk in het peloton en de knechten van de sprinters regen de Rus het liefst aan hun mes; met meer dan vereende krachten kon Ekimov nog net teruggepakt worden, waarna de sprint die volgde vaak onoverzichtelijk en verrassend was.

Lees verder...

Wim van Est

Of hij nou 'De Beer van 't Heike' genoemd werd of 'De Wimme', het deed er niet toe; iedereen wist over wie we het hadden: Wim van Est, geboren te Fijnaard in 1923, overleden op 1 mei 2003.
Als geen andere Nederlandse Tour-renner is zijn verhaal in het geheugen van de sportvolger opgeslagen. Zijn val in het ravijn, de dramatische beelden van de huilende coureur die als een zielig hoopje mens op een toevallig uitstekend plateautje zit, de reis terug naar de wereld, gesteund door aan elkaar geknoopte banden en... Lees verder...

Henk Faanhof

Het moet een van mijn meest louterende momenten in de wielersport geweest zijn: een ochtendbezoek aan de toen bijna 80-jarige Henk Faanhof. Het was in de Westerstraat in Amsterdam; authentieker kan dus niet. Lees verder...

Laurent Fignon

Ze noemden hem in Frankrijk op een gegeven moment 'de zonnekoning' en in die benaming kon ik me toen wel vinden. Laurent Fignon won twee uitgaven van de Tour op rij en de jaren tachtig leken voor hem open te liggen: een blonde, langharige, ietwat extraverte, soms onberekenbare, maar zeker a-typische wielrenner stond ineens op en won.

Lees verder...