Claudio Chiappucci

Hij was mijn leraar Italiaans in de Tour en deed dat op een hele leuke manier. De eerste maal was in Lourdes. Het was een warme ochtend, Claudio Chiappucci zat in de achterklep van de Carrera-wagen en zag me komen: een van de heel vele journalisten die zich in rij bij hem kwamen melden. Ik gafhem een hand, sprak wat korte Italiaanse zinnen en installeerde me. Hij knikte: oké, ma rapido..

Ik stelde mijn vraag, hij antwoordde en ik was weer aan de beurt. Op mijn hotelkamer had ik de vragen nog gecheckt met een redactielid dat goed Italiaans sprak. Op bijna Henk Terlingen-achtige wijze (Henk deed dat voor interviews in het Fins, Russisch of Portugees) had ik de vragen in mijn kop geprent en ineens keek de kleine man op. Hij lachte en verbeterde mijn zin. Ik voelde me betrapt, maar niet erg en wachtte. Hij sprak de vraag nogmaals uit en knikte me toe, ik moest het herhalen. Hij begreep wat ik wilde vragen, maar mijn uitspraak was gewoon niet voldoende geweest.
Vanaf dat moment hadden we een band. Bij de rennersvoorstelling van de Amstel Gold Race maakte hij me keer op keer attent op kleine versprekingen of verkeerde nuances in mijn Italiaans (dat verre van goed is) en ik accepteerde dat moeiteloos. Het werd tussen ons door de jaren heen zelfs een aardig spel.
Fietsen kon ie, en hoe.
De fabelachtige etappe naar Sestrière in 1992 was een wonder. Zelden had een Tour-renner een etappe als deze gekozen voor een aanval die meer dan tweehonderd kilometer duurde. Tweehonderd kilometer over Gods wegen, inclusief de Iséran, inclusief de befaamde klim naar Sestrière zelf, waar het uitzinnige Italiaanse publiek hem opwachtte zoals men dat vroeger met Fausto Coppi had gedaan.
Chiappucci en Coppi, er bestond een band tussen de twee Italiaanse coureurs. Claudio's vader had in het Italiaanse leger samen met Coppi gediend, de twee waren bevriend geweest en nu reed Chiappucci op de ooit door Coppi heilig gemaakte weg naar de finish; mooier kon bijna niet.
Deze rit is wel de allermooiste en bekendste die de man uit Uboldo ons in de Tour liet zien. Maar daarnaast fietste de kleine man met het zwarte haar en de bijna eeuwige glimlach nóg een aantal maal zeer sterk in de Tour. Zijn naam werd gemaakt in de befaamde Maassen-Pensec-BauerChiappucci-kopgroep van de Tour 199°, waardoor hij enkele dagen in het geel kwam te rijden en de Amerikaan Greg Lemond hem een komiek en een quasi-leider noemde.
Chiappucci reed achtmaal de ronde van Frankrijk, stond driemaal op het podium en werd verder 8lste, 6de, nde, 37ste en stapte in 1994 kotsend van de fiets. Heel Italië keek vol erbarmen toe hoe een kleine held (want dat was ie) geveld door buikgriep en vermoeidheid in die Tour zijn einde beleefde.
Hij bleef populair, ook toen hij, in zijn nadagen, tweemaal hard onderuit ging bij hematocrietmetingen. Chiappucci, die toch wel onder enige verdenking stond in het leger van fietsvolgers, kreeg tweemaal een krachtig startverbod omdat hij wel heel hoog scoorde, maar vreemd genoeg deden deze faux pas niets af aan zijn ongelooflijke populariteit bij de tifosi.
Hij, die de Italiaanse wielervolgers zo veel plezier had gegeven bij de grote koersen in binnen- en buitenland, kon niet kapot, zelfs niet toen hij maar niet van stoppen wist en zeker twee seizoenen te lang doorging.
Ooit zag ik over hem een beeldschone documentaire op het Franse Arte-net. Je zag Chiappucci trainen en aankomen bij een huis in Uboldo. In rennerskleding ging hij aan tafel zitten en een mooie, knokige, oude vrouw in wie ik zijn moeder herkende (ze was immers ooit, samen met Claudio in Lourdes om een peloton kaarsen te branden) schepte hem zijn middageten op. De coureur at en converseerde soms met zijn moeder. Na tafel ruimde het mensje de tafel leeg en strekte Chiappucci zich weldadig. Hij had getraind, gegeten en nu ging hij de trap op naar zijn vrouw. Hij bewoonde met zijn vrouwen kinderen de bovenste verdiepingen van het huis. Eten deed hij echter bij zijn moeder.
Dat beeld en dat idee hebben me altijd ontroerd en wat ze ooit van hem zullen zeggen, hoe erg de dopingverhalen ook in werkelijkheid blijken te zijn, hij blijft een van mijn favorieten. En zeker mijn leraar Italiaans.