Djamolidine Abdoujaparov

Het schijnt dat de letterlijke betekenis van zijn voornaam 'mooi gezicht' luidt. De werkelijkheid is anders, maar toch. De kop (want dat is het) van Djamolidine Abdoujaparov is langgerekt, er staan kolen van ogen in en hij heeft een gebit in zijn kin staan waar je blikjes mee kunt openen.

Abdu, dat is de bijnaam waarmee hij tussen 1990 en 1997 het prof peloton onveilig maakte. Zelden zag de sprinterwereld een gevaarlijkere tijdbom meedoen in het gooien smijtwerk van dé laatste honderden meters. De kanonskogel uit Tasjkent durfde alles, slingerde en sleurde zich, als het moest, via truien, zadelpennen en broeken naar voren en werd daardoor een van de spectaculairste sprinters van zijn tijd.
Abdu zag niet graag om. Hij was bang voor niemand en zijn handen zaten flink los. Een opening van een centimeter betekende voor hem een doorgang, wie er ook naast hem reed. Zonder zelfs maar een honderdste van een seconde te wachten gooide hij zich in het gat, zodat de sprinters naast hem de handen razendsnel naar de rem brachten.
Ooit stelde hij: 'Goede sprinters hoeven nooit naar de rem te grijpen,' en daar handelde hij naar. Hij kwam meer als Aziaat dan Europeaan naar West-Europa toen de eerste (slordig uitgedoste) Alfa Lum-ploeg in Italië op de weg werd gezet. Hij was Sovjet-kampioen op de weg geweest en kwam met enige naam het profpeloton en de Tour de France binnen. Hij was een klein, vierkant mannetje met armen als bielzen en met een roekeloze manier van rijden. Hij schudde zijn fiets langs tegenstanders, creëerde een klein gaatje en viel nog liever dan dat hij voor remmen of veiligheid koos; zijn meer dan spectaculaire buiteling op de Champs Élysées in 1991 staat vele Tourvolgers nog duidelijk voor ogen.
Hij was een heel speciaal mens. Je kon maar moeilijk tot hem doordringen, wat hem iets mystieks gaf: hij was Abdu en daarmee was veel, zoniet alles gezegd.
Hij was met een positief geladen plas de amateurwereld uit gestapt (efedrine) en begon zijn profleven met een half jaar schorsing. Een klein decennium later eindigde hij met een schorsing van een jaar na in zijn laatste Tour de France (1997) weer gepakt te zijn op een oud maar klassiek middel dat hij waarschijnlijk in alle zuinigheid nog uit zijn Sovjettijd bewaard had. Dat meneer niet vies was van het spul was algemeen bekend.
Eén keer heb ik heel serieus (en goed voorbereid) geprobeerd dichter tot hem door te dringen. Het was in 1996 en Abdu was ineens sprinter van de Raasdonders geworden, lid dus van de Novell-ploeg (met Ekimov, Maassen, Van Bon, Wauters, Moncassin, Piziks, Bouwmans en de jonge Erik Dekker) nadat hij een klein jaar eerder na de Tour het Nederlandse criteriumcircuit onveilig had gemaakt.
Ploegleider Raas bood hem een contract aan. Abdu streek lachend de centen op en presteerde weinig voor zijn werkgever. In die Tour vroeg ik hem eens (in het Italiaans, dat sprak hij in het peloton) of hij niet meer van zichzelf had verwacht binnen deze ploeg. Weemoedig lachte hij mijn vraag weg: de sprints werden niet zo aangetrokken zoals hij graag wilde, Wauters was al snel weggevallen en hij had ook wel eens recht op een jaartje-dat-het-allemaal-niet-zo-wilde-lukken. Ik probeerde duidelijk te maken dat hij toch een aantal maal regelrecht geklopt was. Hij had dan weliswaar drie of vier derde plaatsen behaald en in Bordeaux had Zabel hem nipt geklopt, maar voor de stevige beurs waarvoor hij reed, mocht hij toch wel iets meer presteren.
Abdu zat me toen enige tijd aan te kijken, net alsof hij de vraag niet begreep. Hij stond op, schoof zijn geslacht in zijn broek even opzij, legde een hand (de andere dan waarmee hij de voorgaande actie verrichtte) op mijn schouder en zei: 'Ik win de etappe naar Parijs, wees daar zeker van.'
Een kleine week later sprintte hij iedereen en alles naar huis en trok hij een lange neus naar zijn critici. Raas deed hem snel van de hand, dat wel, maar die zege stond.
De vrijdagavond in de Tour van 1997 dat hij 'positief' werd gemeld, staat me ook nog altijd bij.
Het gehele Tour-journaille kon met nieuwe artikelen beginnen. Abdu boog, er werd de naam van een stokoud middel genoemd en nooit zag de Tour de France hem als renner weer.