Erik Breukink

Zijn beste drie dagen op rij had hij in de Tour van 1990. Van 12 tot en met 14 juli zag de internationale wielerwereld een vrijwel niet te kloppen Erik Breukink die zó goed reed dat insiders op dat moment heel voorzichtig de gedachte uit spraken dat de echte ronderenner voor de komende jaren hier opgestaan was. Holland zou weer een winnaar hebben, want Erik Breukink in deze vorm was onverslaanbaar.

De triptiek laat zich gemakkelijk in kaart brengen. Op weg naar Alpe d'Huez (uit St. Gervais) moet hij een flink gat overbruggen. Hij blijft kalm en klimt meesterlijk naar de koplopers. Hij herinnert zich: 'Aan de voet van de klim had ik bijna twee minuten achterstand en ben ik in mijn eigen tempo omhoog gegaan.'
Na een indrukwekkende cavalcade kwam De Breuk bij Bugno, Claveyrolat, Parra en Lemond en zagen de vier verwonderd toe hoe de frêle Nederlander in grote vaart doorreed. Toen het op de Alp op sprinten aankwam bleek Breukink niet brutaal genoeg. In de beroemde bocht naar links liet hij zich wegdrummen. Bugno en Lemond namen duwend en de weg afsnijdend de PDM-renner de maat. De
vraag blijft ook waar hij vandaan kwam. Breukink: 'Bij de een na laatste afdaling waren er een paar man weggereden en wij van PDM hadden de slag gemist. We hebben daar geweldig moeten geven op dat vlakke, Kelly en Alacala reden en Ampler, ook van ons, weigerde mee te werken, die reed voor zichzelf, dat weet ik nog. Ik had hele goede benen toen ik aan de voet van de col kwam, ja, dat mag ik rustig zeggen... Ik reed die dag erg sterk. Waarom ik niet brutaal door die bocht reed? Ach, ik was niet zo van ellebogenwerk, dat is toch bekend. Misschien had ik moeten wegspringen, heb ik me later wel eens bedacht, maar zo'n gedachte verandert niets aan de geschiedenis, nietwaar?'
Een dag later was de revanche er. In de tijdrit van Fontaine naar Villard-de-Lans zegevierde de ontketende Breukink en hield hij een drietal Spanjolen (Delgado, Indurain en Lejaretta) alsmede Lemond en Chiappucci (in het geel) ver achter zich. Het zoet van die overwinning smaakte zeer goed en de Breuk sloop in de richting van de gele trui. In Nederland ontstond 'een prettige Tour-koorts; radio- en televisieprogramma's werden heel goed beluisterd en bekeken, want die keurig nette Breukink reed ongekend sterk.
De gevaarlijke, relatief korte etappe naar Saint-Etienne die volgde bracht Chiappucci aan het wankelen en toonde Breukink in superbe vorm, In een waanzinnig tempo scheurde hij door, reet de kopgroep aan stukken en kwam in Saint - Etienne zijn oude vijand, de sprint, maar weer eens tegen.
De man die prachtig klom, die de allerbeste was in het tijdrijden, kon de sprint niet winnen van een ander strijkijzer, de Spanjaard Eduardo Chozas. Later zou Breukink nog wel eens grappend stellen dat uitgerekend de twee matigste sprinters van de hele Tour daar samenkwamen na een geweldige etappe waar Chiappucci bijna vijf minuten aan zijn broek kreeg door hun gedurfde en bijna doldrieste manier van koersen.
Op de 14de juli stond Breukink bij de top drie van het klassement, maar drie dagen later, op weg naar Luz Ardiden (waar hij alle hulp van ploeggenoot Raoul Alcala nodig had om niet verder te verzuipen) maakte een zwakke dag hem kwetsbaar. Weliswaar reed hij in de afsluitende grote tijdrit weer de stenen uit de straat (winst in Lac de Vassievière-en-Limousin) en werd hij in het eindklassement derde (op 2.29 achter Lemond en slechts dertien seconden achter Chiappucci), maar de bovengenoemde drie dagen waren van eminente klasse in het Tour-bestaan van de man die elf maal in de Tour opstapte, die geel en wit droeg en die vier etappezeges op zijn naam heeft.
Over die klim naar Alpe d'Huez dan nog maar even. Hoewel er geen officieel klassement van bijgehouden werd, reed Breukink toen de snelste tijd ooit (in een etappe met een aantal bergen voor de laatste Alp-klim). Herinnert hij zich zijn tijd nog? Breukink: 'Ze hebben het me ooit verteld. Veertig minuten geloofik. Ja, inderdaad, ik reed toen wel goed.'
Bescheidenheid heeft altijd in zijn familiewapen gestaan.