Erik Dekker

In zijn eerste rondgangen door Frankrijk kon Erik Dekker bepaald geen potten breken. Goede renner, harde werker, leuke vent voor de camera, maar geen enkele ereplaats. Een renner voor de bus met soms een uitschieter in de tijdrit, zoals zijn opmerkelijke vijfde plaats bij de slottijdrit van de Tour' 97.

Nee, dan de ronde van 2000. Dekker is een volgroeid renner geworden, een man met vorm en panache. Alsof hij zijn benen niet voelt, gaat hij tekeer en bezorgt de Nederlandse Tour-volgers heel wat plezierige momenten.
Het is enige tijd geleden dat een renner in La Grande ,Boude drie 'normale' etappes op zijn naam heeft geschreven, maar Dekker doet het. Steeds weer gaat hij gedurfd aan, steeds weer is hij de slimste, steeds weer verbaast hij zichzelf, de andere renners en het miljoenenpubliek.
Zijn triptiek zette hij in op weg naar Villeneuve-sur-Lot. De etappe kende een snel vertrek, Jans Koerts loste meteen, veertien man reden weg en Dekker was steeds als eerste boven op hele kleine klimmetjes. Nee, het was geen grote groep met grote namen, maar toch... Dekker won solo en de geklopten achter hem waren de heren Xavier Jan, Vicente Garcia-Acosta en de anderen van de groep, onder wie Bart Voskamp. Koerts kwam overigens te laat binnen (op 44.16) en de Nos-ploeg, die juist op die dag een 'special' gepland had over Koerts, moest snel switchen naar Dekker, die vrolijk en blij zijn eersteTouretappezege vierde: nuchter en grappig.
Nummer twee vond plaats op 11 juli. De lucht was warm, de wegen recht en Dekker was vertrokken met de vierkante Kelme-renner Santiago Botero. Dekker had de routine, Botero de aanvalslust. De Hollander was slim, de Colombiaan liet zich in de luren leggen. Dekker, na afloop: 'Ik stond op breken en blufte. Op een klimmetje vlak bij de finish ging ik naast hem rijden... echt, het was bluffen, want als hij versneld had, had ik moeten lossen. Hij was toch geïmponeerd, want hij hield in en dat was mijn geluk. In de sprint was ik beter, dat wist ik vooraf. Ik hoopte alleen dat hij niet nog een keer zou aanzetten, want ik had niets meer over.'
Na deze tweede zege was nummer drie bijna een klassiekertje. Het was 19 juli en de Tour verloor die dag renners van naam, Pantani en Zülle. En weer vonden vroeg in de etappe de heren Dekker, Voskamp en Garcia-Acosta elkaar in een vluchtgroep. Terwijl ploeggenoot Jan Boven opgaf, liet Dekker zich weer inlopen. Hij had de finale van de etappe goed bestudeerd; de streep lag op Zwitserse bodem in Lausanne en het aankomstcircuit was gemaakt voor Dekker; draaien en keren, met hoogteverschil. De Belg Mario Aerts probeerde het wiel van de Rabobank-renner te houden, maar had geen kans. Ook de aanstormende meute, met de sprinters Zabel, Rodriguez en McEwen op kop, kon net niet meer in het wiel van Dekker komen, die dus zijn derde symfonie in een Tour schreef. De reactie van Lance Armstrong bij binnenkomst van de grote groep was fraai. De Texaan riep, terwijl Dekker in triomf teruggevoerd werd bij het passeren: 'Hey Dekker, this isn't run anymore.'
De jubelende renner liep na zijn huldiging op sokken over een groot parkeerterrein om zich, aan de oevers van het meer, te laten interviewen. Toen iemand hem vroeg of hij dat een makkelijke manier van lopen vond, zei Dekker: 'Mijn voeten gloeiden en als je gewonnen hebt, voel je toch weinig. Weet iemand overigens waar mijn fiets en schoenen zijn?'
Vanaf dat moment was Dekker een Tour-held, vooral in eigen land. Ineens ook behoorde hij bij de grote meneren van de koers. Hijzelfbleefflink nuchter over alles wat er om hem heen gebeurde. Als je wint, heb je vrienden, bemerkte hij al snel. Maar adel verplicht ook.
Zodat hij in de Tour van 2001 op weg naar Pontarlier, ondanks de hevige regenval die de hele dag duurde, nog maar eens won. De grote kopgroep had bijna 35 minuten voorsprong op het verzbpen peloton en Dekker bleef in een spannende finale maar net de baas over de Spanjaard Aitor Gonzalez. Onder de geklopten: Servais Knaven, Jacky Durand, Stuart O'Grady, François Simon en Bram de Groot. De spoorbomen sloten die dag bij 29 minuten en 55 seconden; iedereen die later zou arriveren zou buiten tijd zijn. Volgens de letter hadden slechts veertien man de volgende dag mogen starten, maar de op grote afstand gereden menigte kreeg een algemeen pardon van de jury en de Tour-directie. Dekker won dus een historische etappe in de Tour. De dag van het Grote Pardon in de Regen.
Met deze zege maakte Dekker duidelijk dat hij gearriveerd was in de Tour. Van meerijder, van aanvaller was hij winnaar geworden. Weliswaar kroop hij in de bergritten veilig in de eerste bus, maar hij had naam gemaakt en was een te vrezen... ja, hoe heet dat eigenlijk? De Fransen noemen het 'finisseur'. Moeten wij het dan maar 'afmaker' noemen?
Oké, hij was een te duchten afmaker geworden. In de fraaie voorherfst van zijn rijke wielerbestaan.