Gianni Bugno

Hij kon alles, maar heel groot winnen in de Tour lukte hem net niet. Gianni Bugno werd wel eens tweede en derde, maar ook 62ste en 53ste. Hij won vier etappes (Limoges, tweemaal Alpe d'Huez en Bordeaux).

Bugno was geen gewone renner. Hij was ook geen gewone man. Hij kon nurks en nors zijn, stil en teruggetrokken, maar ook uitgelaten en blij. Hij was voor alles zichzelf: sterk en zelfverzekerd. Vrouwen keken twee- of driemaal als hij langskwam, mannen stapten even achteruit als hij passeerde.
Geboren in Zwitserland was hij als juniorenkampioen op vele onderdelen (weg en baan) al snel een verwende Italiaanse coureur die anoniem in 1988 in de Tour debuteerde. In het lelijke shirt van Chateau d'Ax (hij had net het prachtige truitje van Atala uitgetrokken) won hij zijn eerste etappe. Tegenstander Jan Nevens dacht te gaan winnen in Limoges, maar Bugno was taai in de sprint en onklopbaar. Zo won hij ook zijn twee wereldtitels: taai, van gewapend beton, viriel ook, een charmeur op een fiets.
In 1990 versloeg hij Lemond en Breukink na een ziedende klim in Alpe d'Huez, gewoon omdat hij meer durfde en zijn ellebogen eerder gebruikte dan zijn twee sprintgezellen. In diezelfde Tour won hij in Bordeaux en weer met Breukink als tegenstander (tweede); de nummer drie was Gusmeroli, zijn ploeggenoot, die volop kop-reed. Als je Breukink vraagt wat voor renner Bugno was, zegt hij: 'Die kon, zonder dat je het aan hem afzag, lange tijd vijftig per uur rijden.'
Bugno werd in zijn loopbaan langzaamaan een wat stille, bij tijden zelfs mystieke verschijning. Hij wist dat hij tekort kwam tegen Indurain in de jaren dat hij wel het podium haalde, want hoewel drie minuten en 36 seconden achterstand redelijk klinkt, was het verschil tussen de Grote Zwijger uit Spanje en de Zwarte Zwijger uit Italië groot.
Bugno besefte dat en zag zichzelf meer als klassiekerrenner dan als ronde coureur. Dat hij desondanks toch de Giro won (van start tot finish leiderstrui en ook nog winnaar van het puntenklassement) en mooie ereplaatsen in de Tour behaalde, strekte hem tot eer. De laatste maal dat hij een Touretappe won deed hij dat tegen Indurain. In de straten van Alpe d'Huez reed Bugno voor de tweede maal in twee jaar als winnaar over de finish.
Het winnen van redelijk belangrijke etappes en topkoersen sprak hem aan. Het was net alsof hij juist voor die wedstrijden extra gemotiveerd was, want op andere momenten kon je hem altijd aan de achterkant van het peloton terugvinden waar hij, zonder veel tegen anderen te zeggen, zijn kilometers wegtrapte.
Soms echter legde hij de zweep over het peloton en dan geselde hij de arme makkers achter zich. Zonder op of om te kijken bleef hij kilometers doormalen, niemand die over kon pakken en als hij het genoeg vond en het peloton achter hem op knappen reed, liet hij gaan, gaf af en nam zijn plaats in de groep weer in.
Bugno kende twee aanvaringen met de dopinggezagsdragers. Eén keer voor te veel cafeïne, een vergrijp waar hij met een lichte straf vanaf kwam (nadat hij gemeld had te veel sterke, zwarte koffie gedronken te hebben) en één keer vanwege een merkwaardige hoeveelheid testosteron. Van dat laatste vergrijp kwam hij moeiteloos af; er was een fout gemaakt.
Hoewel hij in acht uitgaven van de Tour opstapte, werd hij nooit een echte Tour-held. Want beantwoord deze triviavraag maar eens: droeg hij ooit de gele trui en zo ja, wanneer en voor hoelang?
Het antwoord: nul, nada, niente, niets, nooit. En toch een echte man in de Tour.