Jean-François Bernard

Soms komt het voor dat een grootse prestatie van een renner wegvalt tegen een misschien wel mindere prestatie van een ander, maar daar is dan een reden voor. In het jaar dat Stephen Roche de Tour won (1987 dus) ontspon zich op de warme flanken van de Mont Ventoux een groots gevecht om de gele trui. Jean-François Bernard kaapte de dagprijs weg door een ongekend sterke tijdrit neer te zetten. Hij trok en passant ook nog de gele trui aan, maar was die een dag later weer kwijt. Aan Roche wel te verstaan, die alle aandacht voor zich opeiste. Een Ier die de Tour ging winnen, dat was nog eens wat. Een aantal dagen later won Bernard nog een tijdrit, weer met klasse, maar weer kreeg hij niet de drukinkt die hij verdiende; het duel Delgado- Roche was immers belangrijk.

Bernard was een buitengewoon vreemde renner. Hij kon vliegen of stilstaan. Hij heette de nieuwe Franse kampioen te zijn, was de poulain van Bernard Tapie (die hem een dure sportwagen schonk) en zijn kostje leek gekocht: hij kon tijdrijden als de beste en aardig meekomen in de bergen. Hij verdiende heel veel geld, maar...
Het zal hem aan het juiste karakter ontbroken hebben, want weliswaar werd hij fraai derde in deze Tour, veel verder kwam hij niet. Hij stapte negenmaal op in de Tour en won drie etappes, maar overtuigen deed hij nooit. In de lange herfst van zijn loopbaan was hij meerijder geworden, nadat hij, op zijn spreekwoordelijke hoogtijdagen (1988 en 1990) tweemaal uitviel. Beide malen deed hij dat als kopman van de Toshiba-ploeg. De laatste maal was ik getuige van de prelude van zijn uitvallen.
Bernard had nogal wat tijd verloren in de Alpen en werd door de vurige Franse wielerpers flink onderuit gehaald. Die avond sliepen wij van de NOS in Mégève, in hetzelfde hotel waar de Toshiba-ploeg gelegerd was.
Na tafel kreeg Bernard bezoek. Dat gebeurde allemaal binnen ons (mijn) gezichtsveld. De dame in kwestie liet er geen gras over groeien en de toch al gekwetste renner liet het allemaal maar begaan. Lui onderuit gezakt op een grote bank liet hij de vermoeienissen van het wielervak bezinken in de natte en nauwelijks verhulde lusten van een jonge vrouw die zo onstuimig bezig ging, dat zelfs de renner zich enigszins ongemakkelijk begon te voelen.
Terwijl wij onze koffie en digestieve tot ons namen, probeerde Bernard met kunst- en vliegwerk zijn niet te missen opwinding in de trainingsbroek weg te werken. Hij nam de mevrouw ineens onder de arm en beiden verdwenen de trap op.
De volgende dag kwam al snel na het vertrek van de etappe het bericht door radio Tour dat renner Jean-Francois Bernard de strijd gestaakt had.
We konden ons er iets bij indenken. In l'Equipe van een dag later had hij laten optekenen dat hij volledig uitgeput was en dat hij rust nodig had.
In zijn verdere carrière maakte hij nooit meer waar wat velen in hem dachten of hoopten te zien. De playboy annex tijdrijder was meefietser geworden.