Jeroen Blijlevens

Hij won zijn etappes steeds in de eerste week van de Tour en haalde twee van de vijfmaal dat hij startte Parijs. Jeroen Blijlevens was een spurter en meer niet. Toen hij trachtte meer allround te worden, werd zijn sprintvermogen minder en won hij niet meer. Maar sprinter is een volwassen beroep, al helemaal in de Tour.

Hij stapte viermaal op voor TVM en paste fraai in de zogenaamde vrienden ploeg van Cees Priem. Zijn ploeggenoten werkten graag voor hem, want ze wisten dat hij in de eerste week zijn kans greep. Hij won vier etappes in zijn loopbaan en dat waren de etappes 6, 6, 7 en 5. Dat zegt veel.
Op 'eigen kracht' deed hij dat driemaal, de zege in Marennes in '97 was een papieren zege, omdat tegenstrever Erik Zabel gediskwalificeerd werd.
Blijlevens was, in zijn beste dagen, een kruitje-roer-meniet. Hij was goed in de korte sprint, was brutaal en als hij kans zag voor zichzelf, deed hij volop mee. Als hij zich niet goed voelde, deed hij helemaal niet mee en als hij zag dat hij niet kon winnen, kon hij op grootse wijze zijn benen stil houden: hij werkte niet voor de vijfde plaats.
Ook had hij iets van 'Mr. Verongelijkt'. Hij kon nors zijn, onvriendelijk zelfs en ik meen dat hij met vertegenwoordigers van De Telegraaf een bijna eeuwige guerrillaoorlog voerde.
Waarom was hij zo'n speciaal manneke? Was het zijn manier van fietsen? Of zijn gedrag? Om het in goed Engels te stellen: 'He did't take shit from no-one.' Hij kon nogal opstandig en dwars en brutaal zijn, en was dan eigenlijk ook wel grappig. Hij is de originele auteur van het antwoord: 'Ik ben nog nooit positief geweest bij een controle' op de vraag: 'Heb je wel eens doping gebrui_?' Discussie gesloten.
De bergen en tijdritten waren serieuze tegenstanders van hem, wat de tweemaal dat hij in Parijs aankwam ook wel bleek uit zijn eindklassering.
In de slotaren van de vorige eeuw behoorde hij bij de beste sprinters van het internationale peloton, maar helemaal overtuigend was zijn optreden toch niet. Hij kon winnen, deed dat soms heel fraai, maar je kunt de kritiek hebben dat hij soms in de sprint te snel zijn benen stil hield. Daar zei hij wel eens over: 'Ik voel toch of ik kan winnen, jullie toch niet.' Ook ik heb hem wel eens gesuggereerd dat volwaardig strijdend tweede worden toch beter is dan een snelle overgave in volle sprint. Maar dan zei hij: 'Ik kon tóch niet winnen...'
Blijlevens besefte helaas vaak onvoldoende dat als je het niet met iemand eens bent, je niet automatisch 'tegen' iemand bent.
Zijn vier etappezeges staan en daar mag hij trots op zijn. En op mensen die beweren: 'Het hadden er wellicht meer kunnen zijn,' moet hij dan maar niet boos worden.