Joachim Agostinho

Dertien maal de Tour gereden, altijd bescheiden gebleven, vier etappes gewonnen, wel eens een beetje (hoewel, een beetje?) uit de pot van de verboden middelen gesnoept, maar wel altijd een heer. Hij was soldaat geweest in Afrika en had mensen neergeschoten; dat was de roem die Joachim Agostinho vooruitsnelde toen hij naar de Tour kwam. Interviews met de Portugees waren juweeltjes.

Hij was filosoof en werker tegelijkertijd. Het leven was simpel voor hem: hij verdiende zijn brood met fietsen en als hij om welke reden dan ook niet kon fietsen, kon hij ook zijn brood niet verdienen. 'Dan nam ik wel eens een pilletje,' luidde zijn eenvoudige verklaring.
Welk een prachtmens zat er verstopt in de vierkante figuur die eigenlijk lelijk op de fiets zat. Armen als staalkabels, vol littekens van vroegere valpartijen, altijd bruin verbrand. Ook zijn benen zaten vol winkelhaken en plekken.
Hij kon dalen en klimmen, aan koud weer had hij een broertje dood en als het moest, reed hij een volwassen tijdrit. Hij eindigde achtmaal bij de eerste tien in het eindklassement. Treffender kan het niet, want zijn andere klasseringen waren: 14, 15, 13 en 11. Alleen in 1981 haalde hij Parijs niet. Twaalfmaal geëindigd, minste klassering: vijftiende... Kom daar eens om!
Nooit droeg hij de gele trui, maar hij had wel zijn memorabele momenten. Zo arriveerde hij in 1979 solo als eerste op Alpe d'Huez, groette vriendelijk de mensen en meldde dat hij die dag extra verheugd was te winnen, omdat het tien jaar geleden was dat hij voor het eerst won in de Tour. Vele volgers moesten hun naslagwerken erbij pakken om dat te checken. Iemand merkte op: 'U won toch vooral in de bergen?' Ago knikte vriendelijk en keek de man aan: 'Met uw welnemen, ik heb ooit ook een tijdrit gewonnen, ga dat maar eens aan Ocaña vragen.' In de boeken staat hij ook als winnaar van een tamelijk zware Vogezen-etappe in '69 toen hij voor Frimatic-Viva-Wolber reed. De Duitser Rudi Altig (tweede die dag) geeft uitsluitsel: 'Niemand van ons kende hem goed. Hij reed alleen weg en wij erachter... Merckx, ik, Gimondi, Janssen, De Vlaeminck, Wagtmans, geen kleine jongens dus, maar Ago bleef ons voor. Met zijn allen tegen hem en Agostonhi was degene die won. Nog nooit had ik iemand zo hard alleen zien fietsen.'
Ago gebruikte heel wat ploegen, veelal onbekende merken, vaak gefinancierd door de kleine, parmantige burggraaf Jean de Gribaldy. Enkele namen: Hoover, Sporting, Teka, Flandria-Ça-Va-Seul, Puch en de laatste was SEM-France-Loire, een soort vreemdelingenlegioen. Ago stapte in zijn laatste Tour op met ploeggenoten als Steven Rooks, Sean Kelly, Jonathan Boyer en Jean-Marie Grezet. In dat jaar mocht ik één keer bij hem langskomen na de etappe. Hij droeg een ouderwetse gestreepte pyjama met een interlokje onder het pyjamajasje. Aan zijn voeten droeg hij echte, stoffen pantoffels. Ik memoreerde toen zijn etappezeges. Hij vertelde dat het er twee meer hadden moeten zijn. Twee maal was hij gediskwalificeerd, de eerste wegens hinderen van Morgens Frey en de tweede? Ik keek hem aan. Hij haalde zijn schouders op: 'Ach, een renner neemt wel eens wat, nietwaar? Dat was in 1977, een mooie, warme dag.'
Joachim Agostinho overleed later in de Ronde van de Algarve. Hij viel over een overstekende hond, werd door omstanders over de finish gedragen, raakte in coma en stierf. De echte Jerommeke van de fiets was dood.