Luc Leblanc

Geen renner die zo'n verhaal heeft als de uit Limoges stammende Luc Leblanc. Op 11-jarige leeftijd maakte hij een vreselijk ongeluk mee waarbij zijn broer overleed; hijzelf zou Voortaan als patiënt door het leven gaan. De vroom opgevoede Leblanc zou priester worden en bijna was dat zover, maar tussenkomst van eerst een fysiotherapeut (die voorstelde veel en lang te gaan fietsen om de problemen aan zijn benen te verhelpen) en later Raymond Poulidor (die hem aanmoedigde een wielerloopbaan op te starten) hielden hem van het priesterambt weg.

In 1991 schreef hij voor het eerst zijn naam in het Tourboek. In het bloedhete Jaca pakte hij voor de eerste en tevens laatste maal de gele trui, maar lang duurde dat geluk niet, want Signor Indurain himself eiste de trui de volgende dag al op. Wel werd Leblanc vijfde in die Tour en leek een lange carrière als behoorlijke ronderenner zijn deel.
De gevolgen van het ongeluk van ruim een decennium eerder, waren echter nog steeds merkbaar. Leblanc onderging zo nu en dan nog een operatie en ging kwakkelen. Een jaar later werd hij uit de strijd genomen op Alpe d'Huez en in 1993 wilde hij het fietsen helemaal voor gezien houden; niets lukte meer, hij hield pijn aan zijn benen.
Een laatste poging om ergens houvast te krijgen lag in de overstap naar Festina en een huwelijk met een Spaanse. Dat huwelijk was succesvol, zijn rijden bij Festina iets minder, maar ineens was daar de doorbraak.
We schrijven 13 juli 1994 en Leblanc wint de beroemde etappe naar Hautacam, waar hij Indurain en Pantani voorblijft. Frankrijk danst, Leblanc wordt vierde in het eindklassement en omdat hij ook al het bergklassement in de Vuelta heeft gewonnen, wordt hij voor het laatste grote Franse klimtalent vóór Richard Virenque aangezien.
Dat beeld wordt later bevestigd als hij wereldkampioen op de weg in Italië wordt. Ineens is Leblanc een topper waar sponsoren voor in de rij staan. Met een pennenstreek is hij miljonair, maar Le Groupement, zijn nieuwe sponsor, sneuvelt, een halve week voor de start van de Tour.
Vervolgens wijkt hij uit naar Polti in Italië, verdient groot geld, staat volledig (en gebroken) stil in 1995, laat zich weer opereren en komt op wonderbaarlijke wijze nog een keer als Tour-etappewinnaar ergens boven. Het is op Les Arcs in 1996 en weer danst men in Frankrijk; een zoveelste medisch wonder is geschied. Helaas, het is de zwanenzang van een karaktervol renner die veel tegenslag in zijn leven kende en die meer operatiezusters zag dan rondemissen.
Zijn enige gele trui gaf hij weg. Aan Raymond Poulidor, zijn plaats genoot die hem ooit overhaalde te gaan wielrennen. Poulidor, die zelf nooit zo'n trui won.