Mario Cipollini

Het is geen grote liefde tussen de Tour en Mario Cipollini. Sterker nog, de roemruchte Italiaan, in 2002 zo ongeveer ongekroonde Keizer van het wielrennen, heeft zich vaak in krachtige termen uitgelaten over het Franse fietsfeest, helemaal toen hij en zijn ploeg niet toegelaten werden. De Tour had de Italiaanse spektakelrenner niet nodig en Cipollini, in alle nederigheid, zei dat ze daar in Frankrijk 'zijn edele delen konden kussen'.

Hij, de zelf geproclameerde playboy van de moderne wielerwereld, heeft lak aan conventies. Hij trok een gele koersbroek aan omdat die beter bij zijn zes gele truien paste, hij droeg een groene ko_rsbroek als dat zo uitkwam en hij probeerde ook een vaal_itte broek.
Ik vroeg hem eens ofhij wist wat de boete voor dit soort overtredingen was. Hij wist het, een gulden of driehonderd slechts.
Hij is consequent in zijn manier van koersen: Parijs haalde hij nooit, maar in de eerste week van de Tour staat hij er vaak. Hij sprint voluit mee voor de bloemen, de eer en het geld. Kust zonder veel interesse de mooiste rondemissen en verlaat de Tour met een aantal ritoverwinningen en de zekerheid dat zijn zomervakantie is begonnen.
Natuurlijk is hij er niet om over die verschrikkelijke bergen te rijden; dat is voor andere renners, dat is voor gekken. Hij houdt van de vlakke etappe, van het gedrang voor de sprint en God wat is hij blij en tevreden met zichzelf als hij weer eens een volledig peloton zijn hielen laat zien.
De manier waarop hij rechtop gaat zitten en achterom kijkt, is ongeëvenaard; het is een mengsel van arrogantie, onoverwinnelijkheid en theater. Fraai om naar te kijken. In zijn debuutronde was hij wat overmoedig in de etappe die in Brussel vertrok en in Valkenswaard aankwam. De jonge en onervaren Italiaan trok er solo op uit, zweette druppels zo groot als eieren en later hoorden de volgers waarom hij dat had gedaan. Een nachtelijk avontuur had hem veel plezier opgeleverd, maar hij was 'betrapt' en zijn ploegleiding had hem te verstaan gegeven dat "s nachts een man, overdag een man' nu wel heel erg van toepassing was. Vandaar dat hij met rubberen knieën was weggereden, voorsprong had genomen en ook afgestapt was: de Tour had precies lang genoeg geduurd voor hem. Hij had nergens meegesprint en zich nergens laten zien. Naamloos verliet hij de ronde.
Na het winnen van geel, groen en acht etappes kwam zijn gloriejaar: 1999.
Vier dagen achtereen gaf meneer Cipollini rijles, vier dagen achtereen kwamen de andere sprinters er niet aan te pas. Vier dagen achtereen liep hij als een vorst naar het huldigingspodium. Vier dagen achtereen onderging hij kalm en met bijna gekunstelde zelfbeheersing de plichtplegingen. Vier dagen achtereen zwaaide hij met de bloemen en lachte hij zijn tanden bloot. Vier dagen achtereen kwam hij op de Italiaanse televisie vertellen dat er echt helemaal niemand met hem mee kon sprinten. Vier dagen achtereen voelden de andere sprinters zich gepakt en... drie dagen na zijn laatste sprintzege was de rest van deze kwelgeest verlost. Toen er wat bergkammen aan de einder verschenen, trok hij de remmen in. Zo was het mooi geweest; vier zeges in vier dagen, waarom niet eens lekker met vakantie gegaan?
De data staan in de boeken. 7 juli, snelste etappe ooit in de Tour. Gemiddelde snelheid tussen Laval en Blois: 50.355 km. De geklopte renners op rij: Zabel, 0' Grady, Steels en Kirsipuu. De volgende dag, tussen Bonneval en Amiens, een lange dag. Machtige sprint. De geklopten: Steels, Kirsipuu, McEwen en Zabel. De dag daarop, van Amiens naar Maubeuge. Saaie etappe, stormwolken en een scherpe sprint. De geklopten: Zabel, Kirsipuu, Svorada, Nazon. En om het kwartet vol te maken, weer winst in de volgende etappe: Avesnes-surHelpe naar Thionville. Hoge snelheid, simpele sprint. De geklopten: O'Grady, Kirsipuu, Vogels en Svorada. En daarna mocht hij dus even niet meer langskomen en was hij boos. Of twaalf zeges niet voldoende was om zijne Sprinthoogheid en zijn ploeg niet uit te nodigen?
De Tour-organisatie hield voet bij stuk en Cipollini kon een maand vroeger met vakantie. Vanuit zijn vakantiebestemming schreef hij Jean-Marie Leblanc een vrolijke kaart: met de hartelijke groeten van Mario. Het weer is hier goed, het ijs lekker, de meisjes mooi en soms zie ik een flard van de Tour op de televisie.'