Phil Anderson

De komst van de eerste Australiër in het Tour de France-peloton ging bepaald niet geruisloos. Als amateur had de Australiër al in Frankrijk gekoerst, en als prof reed hij voor de Franse Peugeot-ploeg. Hij had onmiskenbaar talent. Phil Anderson reed in zijn eerste vijf Tour-starts voortdurend bij de toptien. Na die eerste succesjaren kwam hij nooit meer in de buurt van de top. Sterker nog, toen de sleet op zijn spieren kwam, moest hij genoegen nemen met een plaats in de bus en eindigde hij vrij naamloos ergens in het midden van het klassement.

Maar wat een debuut! Bernard Hinault was er niet goed van. De tijdrit op weg naar Mulhouse moest een zegetocht van de Breton worden, maar iedereen en alles sprak na afloop over de doldwaze manier van rijden van Anderson, die weinig respect kende voor de leider van het klassement. Hinault was Anderson gepasseerd, maar de Aussie liet dat niet op zich zitten. Hij klampte eerst aan, passeerde de Fransman weer, waarna Hinault, die zulke schelmenstreken niet gewend was, weer over de Australiër heenging: dit moest maar eens afgelopen zijn. Maar Anderson kwam weer terug, sprintte vol langs Hinault en tot en met de finish, op een atletiekbaan in Mulhouse, bleven de twee zij aan zij strijden.
Andersons naam was in één klap gemaakt. Hij was (mede door het goede rijden van zijn ploeg) de eerste gele-truidrager van down under geworden (voor een dag wel te verstaan, na aankomst in St. Lary Soulan) in deze Tour en hij durfde tot lang de strijd aan te 'gaan met Hinault, Van Impe en Zoetemelk; allen mannen van naam, ervaring en faam. Waar Peter Winnen de witte trui verdiende en dus de beste jongere werd, bleek Anderson door zijn aanvallende manier van rijden als jeugdig rijder toch het meeste naam gemaakt te hebben. Die witte trui overigens haalde hij een jaar later binnen, toen hij met hetzelfde elan de Tour reed als hij dat in zijn debuutjaar had gedaan. Al vroeg greep hij het geel en bleef daar negen dagen in rijden, totdat Hinault de trui overnam.
In 1984 contracteerde Peter Post de Aussie voor veel geld en verwachtte men misschien wel te veel van Anderson, die zich ook in klassiekers en andere eendagskoersen vol overgave liet zien. Weer werd hij tiende, in een tegenvallende Tour voor Post en zijn mannen, waarin Winnen niet verder kwam dan de 26ste plaats maar Veldscholten een opsteker was met zijn zestiende stek. Een jaar later zette Post alles op troefkaart Anderson, maar verder dan de vijfde plaats in het algemeen klassement kwam hij niet. Winst in de Dauphiné Libéré en de Ronde van Zwitserland was geen garantie voor een vlekkeloze Tour. Als ronderenner was het vervolgens met hem gedaan, voor welke ploeg (TVM, Motorola) hij verder ook inscheepte.
Anderson was een pure aanvaller, zeker in het begin van zijn loopbaan. Hij kon met zijn krachten smijten, een groot tacticus was hij bepaald niet. Hij was een goedlachse, bravoureman die de wereld op avontuurlijke wijze bewandelde. Hij had een boeiend en nauwelijks te volgen liefdesleven met korte huwelijken en vele verhoudingen. Hij woonde meestal in Californië, en keerde soms terug naar zijn vaderland.
Saai was het nooit rond deze wilskrachtige coureur. De capriolen van zijn Mulhouse-tijdrit van 1981 behoren bij de beste Tour-anekdotes