Raoul Alcala-Gallegos

De enige renner die op de rampendag dat de PDM-ploeg de Tour de France in 1991 verliet nog wel wilde doorrijden, was Raoul Alcala (zijn tweede achternaam werd nooit gebruikt in het peloton). De Mexicaan, die dezelfde Intralipidkuur ondergaan had als zijn acht ploeggenoten, had een dermate sterk gestel dat hij zich, in tegenstelling tot alle anderen, niet ziek, zwak en misselijk voelde. Erik Breukink grapte: 'Als je ook zag wat die at! Hoe scherper hoe beter, bij hem ging alles erin, wat eetbaar was nam hij, terwijl wij toch wel op moesten passen voor bepaalde dingen. Alcala nooit, die at alles.'

Alcala stamt uit Monterrey, de bakoven van Mexico (volgens eigen zeggen kun je er een ei op de stoepstenen bakken), en woonde enige tijd in Los Angeles. Kampioen van zijn land was hij nooit, wel won hij, als amateur, de ronde van Baia, waarna Jim Ochowics hem een contract aanbood voor de Seven Eleven-ploeg. De Mexicaan tekende en had drie weken later, in de VS, al drie profkoersen gewonnen.
In het jaar van zijn Tour-debuut (op 22-jarige leeftijd) reed hij 200 kilometer solo naar het (open) kampioenschap van de USA in Philadelphia en 's mans kostje was gekocht. Renners met zoveel karakter zijn geliefd in Europa en dus werd hij de eerste Mexicaan ooit in de ronde. Hij was één keer eerder in
Europa opgestapt. Toen ik hem ooit vroeg waar en wanneer haalde hij zijn schouders op: 'Ik weet niet meer in welk land, ik geloof ook Frankrijk. Ik was junior en ik viel meteen in het begin van de koers en moest afstappen.'
Alcala werd een blijvertje bij de profs. Hij reed negenmaal de Tour, haalde tweemaal een toptien notering in Parijs, won twee etappes (in Franchorchamps in '89 en Epinal in '90) en was vaak actief in zware bergetappes. In 1990 deed hij machtig zijn best voor PDM -kopman Breukink, die een moeilijke dag in de Pyreneeën kende. Alcala bleef trouw bij De Breuk en sleurde de Nederlander over de warme wegen, terug naar de kopgroep. Breukink: 'Dat kon hij als de beste. Hij had dagen dat hij beter dan de besten was. Dat zag je niet aan hem af, maar wij voelden dat. Als het goed warm weer was, werd hij steeds beter.'
Hij reed voor twee Nederlandse ploegen, PDM en Wordperfect, en begon en eindigde zijn wielerloopbaan bij een Amerikaanse ploeg. Rond 2002 druppelden er verhalen door dat hij er weer aan dacht in competitie te komen. Op 38-jarige leeftijd reed hij weer goed in zijn eigen Mexico en bij kleinere, onbekende koersen (ook mountainbike) in de VS.
Alcala belichaamde met zijn manier van rijden en met zijn doen en laten de oude en de nieuwe wereld. Als Spaanssprekende renner lag hij goed bij alle Latijnse types in het peloton en door zijn liaison met Amerikaanse ploegen en zijn periodieke verblijf in de USA was hij het Engels heel goed machtig, waardoor hij weer makkelijk benaderbaar was voor vele anderen. Daarenboven was hij een zegen voor journalisten en volgers. Hij had een hele open manier van antwoorden en was een rijkdom voor de wielersport en de Tour.
Ooit vertelde hij me, vlak voor de start van een etappe, hoe hij trainde in Mexico. Hij zag dat ik buitengewoon geïnteresseerd was en rebbelde door. De start van de etappe was inmiddels gegeven en de renners vertrokken. Ik keek naar de wegrijdende renners en hij zei: 'Ik maak mijn verhaal in het kort af, binnen vijf minuten heb ik ze ingehaald.' Het verhaal was prachtig en ging over lange stoffige wegen, wilde honden, lekrijden in de woestijn en hitte. Vooral over hitte. Als hij erover vertelde vóélde je die gewoon.