Steve Bauer

Nee, hij is niet de eerste Canadees die in La Grande Boude het geel om de schouders droeg. Alex Stieda (uit Vancouver), lid van de Seven-Elevenploeg, was hem in 1986 voor geweest na de etappe Nanterre-Sceaux; één dag in het geel.

Steve Bauer, woonachtig vlak bij de Niagara-watervallen in Ontario, heeft veertien dagen de gele trui gedragen, een feit dat zelfs in Jean Nelissens De Bijbel van de Tour de France onvermeld blijft.
Bauer, klein, vierkant en vooral een goede voor interviews, deed dat in de jaren 1988 en 199°. Zijn beste klasseringen haalde hij ook rond die jaren: roe in 1985 bij zijn debuut, 4e in '88, 15e in'89. Voor een renner die op karakter klom, op karakter tijdritten reed en überhaupt op karakter fietste, waren dat superbe prestaties.
Bauer was de eerste wielrenner in de Tour die voor een etappe aan stretchen deed. Voor de start stond hij afzijdig en strekte zijn rug- en been spieren zoals nog nooit vertoond in de wielerwereld. Bauer was ook een goede ijshockeyspeler en had het stretchen daar geleerd. Andere renners keken hun ogen uit als ze de kleine, sterke Canadees spieren oprekkend op de weg zagen zitten, terwijl zij nog koffie zaten te drinken of in de zon zaten te kletsen.
Bauer was een bijzondere, een van de meest karaktervolle fietsers die ik ooit meemaakte. Hij kon afzien als de beste en kon zijn pijngrens, zeker in bergetappes, tot abnormaal hoog opschroeven. Hij nam elf maal aan de Tour deel. Tegen het slot van zijn loopbaan trad er enige gelatenheid op toen hij merkte dat hij in de bergen niet meer met de besten meekon en nam hij plaats in de bus.
Aanvallen was zijn motto, aanvallen en vooral hard werken. Menige koers, ook eendaagse klassiekers en wedstrijden om de wereldtitel (denk aan Ronsse), greep hij aan om, hoe dan ook, naar zijn hand te zetten. Afstand maakte hem niets uit, hij was sterk genoeg voor klassieke koersen, een behoorlijke helling maakte hem niets uit, slecht weer kon hem niet stoppen en je kon er vergif op innemen dat hij in de finale van welke koers dan ook verscheen.
Hij werkte zich rot, won relatief weinig, maar in zijn goede jaren telde ik hem bij de grote meneren.
Als knecht begon hij bij Bernard Hinault en werd al tiende. Een jaar later reed hij het licht uit zijn ogen voor Greg Lemond, waarna hij kopman van de Weinmann-fonnatie werd en de Tour als vierde beëindigde. In '9° werd hij helper van Andrew Hampsten bij Seven Eleven en beleefde hij zijn 'finest moments' in Frankrijk. Hij was een van het fameuze kwartet (samen met Maassen, Pensec en Chiappucci) dat in het eerste weekend van de Tour al dik tien minuten pakte, waardoor die Tour tot en met de twintigste etappe een geletruidrager uit die befaamde etappe (Futuroscope) behield.
Uit die dagen dateert een prachtige ontmoeting met de Canadees. Hij was het hele gedoe rond de gele-truihuldigingen en de persverplichtingen daarna zat. Het was in Besançon en Bauer deed zijn Amerikaanse Seven Eleven-shirt over zijn gele trui aan. Met een pet over het hoofd en een grote zonnebril op, mengde hij zich tussen het opgedrongen publiek en... werd nergens aangehouden, om een handtekening gevraagd, aangeraakt of door het journaille gestopt. Professionele volgers en publiek lieten de vreemde vogel begaan.
Eenmaal bij zijn ploegleiderswagen lachte hij de breedste grijns die ik ooit zag: 'Fucking simple' noemde hij het. Als je in de Tour rust wilt, toon je dan vooral niet in het geel, want het publiek herkent niet de man erin, maar wel de kleur van je trui.
Het was een verbluffend staaltje van eenvoud. We filosofeerden er nog vaak over door. Je bent wie je bent als de buitenwereld je uiterlijkheden herkent, anders ben je niemand. Ter illustratie zei hij me: 'Als jij met je bekendheid van de Nederlandse televisie in Toronto door de stad loopt, weet toch niemand wie je bent.'
Relativeren kon hij als de beste. Afzien ook. Steve Bauer was vooral een ondergewaardeerde renner in de Tour.
De man met de brede, blonde kop kon daar overigens best mee leven. Tegenwoordig doet hij in fietsen en fietsreizen. Hij werkt nog altijd hard.