Vlatcheslav Ekimov

Er was een tijd, ook in de Tour, dat we van een 'Ekimovje' spraken, zoals we het bij het voetbal over een 'Frank de Boertje' hadden. Dat laatste is een schijnbaar onbeduidend maar wel knullig en eigenlijk ook wel een opvallend foutje in een wedstrijd, de eerste is een poging tot winst in de laatste anderhalve kilometer van een wielerwedstrijd. In zijn grote dagen reed Ekimov het totale peloton aan flarden als hij op 1437 meter voor de finish gas gaf. Sprinters vervloekten hem, er viel altijd wel ergens een breuk in het peloton en de knechten van de sprinters regen de Rus het liefst aan hun mes; met meer dan vereende krachten kon Ekimov nog net teruggepakt worden, waarna de sprint die volgde vaak onoverzichtelijk en verrassend was.

Hardfietsen kan hij als de beste. Toen Peter Post hem met trots in de coulissen van de Tour neerzette had hij al heel wat gewonnen bij de amateurs (onder andere de olympische ploegachtervolgingstitel van Seoul) en reed hij onbeschoft hard. Dat er slechts één Tour-etappezege op zijn naam staat is verwonderlijk.
Die zege kwam tot stand in 1991 in Macon. Hoewel de Muur al enige tijd gesloopt (en uitverkocht) was, werd het daar een sprint voor oude vrienden van achter het ijzeren gordijn. Ekimov sneed de adem af van Abdu en Olav Ludwig, die tweede en derde werden, waardoor drie nazaten van het oude socialistische sportregime bijeenkwamen op het podium. Abdu, de bijna gemene sprinter, Ludwig, de eeuwige rivaal van de Oezbeek, en Ekimov, de gestroomlijnde flyer uit Vyborg (vlak bij de Fins-Russische grens).
Ekimov probeerde het vele malen in de Tour. Zijn sprong zag je vaak aankomen en was altijd boeiend. Hoe lang hield hij het vol?
We weten dat een solo tegen een voortrazend peloton zinloos is. Wie dat doet, is gek. Het zijn verspeelde krachten, het is gekkenwerk, het getuigt niet van tactisch inzicht, en toch deed Ekimov het vaak.
Hij schoof in een gestroomlijnde houding, trok zijn handen vast aan de stuurgewelven en reed zo'n hoog tempo dat zijn fiets kraakte.
Achter hem werd op leven en dood gestreden om de Rus te achterhalen; knechten hoorde je vloeken en Ekimov reed door totdat hij pimpelpaars zag.
Dat waren mooie momenten in de Tour. Jarenlang liet hij een paar maal per ronde zulke stoten zien en mede daarom was hij ook zo'n graag geziene gast, voor wie hij ook reed.
Ekimov bleef lange tijd onder Nederlandse vlag rijden, verstond onze taal ook wel, maar uitte zich liever in het Engels. Zijn overgang, in de herfst van zijn loopbaan, naar US Postal was dan ook logisch. Dat hij, onder die vlag, in 2000 ook nog de olympische titel tijdrijden won, was even verbazingwekkend als leuk.
Ekimov is zijn hele fietsleven een speciale gast geweest. Hij leek nors, maar was het niet. Hij leek zwijgzaam, maar Was een gezellige verteller. Hij leek ongeïnteresseerd in wat er om hem heen gebeurde, maar hij kende iedereen. Hij leek al snel opgebrand (na het veelvuldig moeten rijden van de grote versnelling op jeugdige leeftijd), maar toonde een duurzaamheid die ongekend was. Zelfs nadat hij officieel gestopt was en ploegleider was geworden in Rusland, kwam hij nog sterk in de Tour terug. Winnaar Lance Armstrong had een wegkapitein nodig, een man die het vak kende en dus... werd Ekimov op 36-jarige leeftijd teruggevraagd. Als de nummer 58 in het algemeen klassement beëindigde hij zijn 'terugkomsttour'.
Kijk, dat is nou een speciale man.