Wim van Est

Of hij nou 'De Beer van 't Heike' genoemd werd of 'De Wimme', het deed er niet toe; iedereen wist over wie we het hadden: Wim van Est, geboren te Fijnaard in 1923, overleden op 1 mei 2003.
Als geen andere Nederlandse Tour-renner is zijn verhaal in het geheugen van de sportvolger opgeslagen. Zijn val in het ravijn, de dramatische beelden van de huilende coureur die als een zielig hoopje mens op een toevallig uitstekend plateautje zit, de reis terug naar de wereld, gesteund door aan elkaar geknoopte banden en...

Wat Wim Van Est ook verder deed, waar hij reed, won of verloor, zijn wapenfeit blijft die beroemde tuimeling in het ravijn in 1951. In de gele trui nog wel, die de oersterke Brabander op eigen kracht verdiend had en die hij die dag, met cols die hij zelden of nooit gezien had, diende te verdedigen.
Van Est was zijn trui in feite al kwijt omdat de Fransman Gilbert Bauvain hem vele minuten voorging. In de afdaling van de Aubisque sneed de Brabander een bocht verkeerd aan, zijn fiets glipte weg en Van Est ging rechtdoor, het ravijn in.
Zijn grote geluk was, behalve een merkwaardig 'zachte' landing doordat hij in een boom viel, dat de achter hem rijdende Belg Roger DeCock stopte en andere volgers attent maakte op het feit dat de gele trui beneden lag.
In 2001 was ik in de befaamde bocht aanwezig toen liefhebbers en vrienden een plaquette aan de rotswand schroefden waarop te lezen viel wat Van Est daar, op die plaats in 1951, overkomen was. Voor die gelegenheid waren Van Est en DeCock weer eens samen, hetgeen emotionele en machtig mooie momenten opleverde.
De twee zichtbaar oude mannen werden omringd door mensen van hele andere generaties. Cameraploegen met jonge mensen die ooit het verhaal van de Pontiac misschien gehoord of gelezen hadden, maar juist op dit moment wel heel echt en eerlijk dicht bij de bron van het verhaal kwamen, liepen er rond. Er waren wat mensen uit Sint Willebrord, het thuis van Van Est, meeger_isd en een enkele journalist volgde de korte ceremonie' die ontdaan was van opsmuk, strakke regie of zelfs maar organisatie.
Van Est kreeg natte ogen, de twee mannen omhelsden elkaar even en met hen wisten we allen dat dit de laatste maal in hun beider levens was dat ze hier, in deze bocht, op deze berg zouden staan en elkaar nog eens het verhaal van toen konden doen. Het was een roerend moment in de geschiedenis van de Tour.
Wat Van Est in zijn rijke loopbaan nog meer deed, hij zal voor eeuwig de man blijven van die val, van die prachtige beelden (foto's en bibberige film) en van dat onwaarschijnlijke verhaal. Geen Nederlandse Tour-volger die het begrip Aubisque niet direct koppelt aan de naam Van Est en zo is het ook goed.
Dat Wimme later nog achtmaal in de Tour startte en nog etappes won en de gele trui droeg, staat ver in de schaduw van wat hem op die dag in 1951 gebeurde. In 1957 werd hij fraai achtste en voorts staan de plaatsen 13, IS en 16 in het eindklassement nog op zijn erelijst.
Van Est beëindigde zijn Tour-loopbaan in 1961. Hij was met 38 jaar de oudste deelnemer van allen, maar moest in de negende etappe opgeven. Een nieuwe generatie renners reed hard weg van deze knoest van een man, die tien jaar bij de besten van zijn generatie hoorde.
Tot in 1965 zou hij criteriums en kleine koersen blijven rijden en er behoorlijk zijn geld verdienen. Van Est werd 'le roi des tombeurs', de koning der valpartijen, maar klein krijgen deden ze hem niet. Hij viel over tegenstanders, stoepranden en vluchtheuvels en had de naam een slecht stuurman te zijn. Waar ook: hij viel, maar steeds weer kwam hij terug, vaak lachend. Hij was uitgerust met een enorm surplus aan goede moed en altijd zette hij door, hoe vervelend de schaaf plekken en de open wonden ook waren.
Nog één weetje van dit merkwaardig sterke mens. In de Tour van 1957 stond hij van de eerste tot en met de laatste etappe in de toptien van het klassement en werd hij tweede in de strijd om de groene trui.